Doeschka Meijsing & Geerten Meijsing, Moord & doodslag, Querido / De Arbeiderspers, 2005
De strijd om ergens de beste in te worden is genadeloos. Of het nu voetbal, advocatuur of literatuur is - wie de absolute top wil bereiken, moet over lijken gaan. Hoe gruwelijk is het dan als zich onder de tegenstanders een broer of zus bevindt. De concurrent is niet zomaar een verre collega met wie je geen medelijden hoeft te hebben. De concurrent is een nauwe bloedverwant voor wie je instinctief liefde voelt. In plaats van te bestrijden wil je hem of haar in bescherming nemen.
Ook Doeschka en Geerten Meijsing, anno 2005 de beroemdste familie in de Nederlandstalige literatuur, worstelen al hun hele schrijversleven met de broederstrijd. Sinds hun entree in de letteren dertig jaar geleden koesteren ze een moeizame haat-liefderelatie. Ze spraken elkaar soms jaren niet. Geerten emigreerde al vroeg naar Italië omdat hij in Amsterdam de hete adem van zijn oudere zus in zijn nek voelde. Als ze elkaar al schreven, ging het nooit over het gezamenlijke vak.
Zelden hebben broer en zus een goed woord over voor elkaars geschriften, die zijn geschreven vanuit een fundamenteel andere poëtica. Geerten heeft zijn eigen leven tot inzet van zijn werk gemaakt en hanteert een tot in de puntjes verzorgde stijl. Doeschka schrijft enigszins traditionele romans waarin ze elke keer op voorbeeldige wijze steeds een ander thema uitwerkt. Met name de eerste laat zich in iedere roman opnieuw laatdunkend uit over het proza van zijn zus.
Doeschka op haar beurt zag het als verraad dat haar drie jaar jongere broertje ook ging schrijven, zo vertelt ze in haar deel van de dubbelroman Moord & Doodslag. Vijf maanden nadat zij haar eerste boek in handen hield - ‘het grootste orgasme ter wereld’ - werd opeens de eersteling van haar broer gepresenteerd. ‘Hoe had ik kunnen vermoeden dat hij schrijver wilde worden, met zijn zeekaarten en zijn sextant en zijn saxofoon?’ vraagt ze zich wanhopig af.
Toen Moord & doodslag verscheen, was Geerten Meijsing altijd de meest succesvolle van de twee. Geertens (1950) romantisch-decadente pose vond vanaf de Erwin-trilogie, dat hij schreef onder het pseudoniem Joyce & Co, vooral bij critici veel weerklank. Toen hij later onder zijn eigen naam begon te publiceren, won hij de AKO-Literatuurprijs (met zijn zus in de jury!) voor Veranderlijk en wisselvallig. Tussen mes en keel, het verslag van zijn depressies en zelfmoordpogingen, leverde hem in 1999 de Gouden Uil op.
Maar ook Doeschka (1947) heeft het nooit ontbroken aan lovende woorden. Robinson uit 1976 raakte in Nederland een gevoelige snaar bij veel middelbare scholieren. Zij herkenden zich in de onzekerheid en het isolement van de 17-jarige hoofdpersoon. Bredere erkenning kreeg Doeschka met haar laatste twee romans. Zowel De tweede man (2000) als het autobiografische kleinood 100% Chemie (2002) werden genomineerd voor de grote literaire prijzen.
Moord & Doodslag is geen duoboek van het soort Nicci French. Moord & Doodslag bevat eerder twee romans in één band over hetzelfde thema van de broederliefde. Tot een nauwere samenwerking konden en wilden beiden, die aan hun onderling verschillende werkwijze en poëtica wilden vasthouden, niet komen. Zelfs een doorlopende nummering bleek een stap te ver. Bij Geerten’s deel van het boek begint de telling weer bij bladzijde één.
Een verzoeningsboek is Moord & Doodslag dan ook niet geworden. Doeschka en Geerten schetsen een genadeloos scherp portret van elkaar. Een opgewonden, soms kleinzielige dandy waar alleen maar - steeds hetzelfde - geraas en gebral uitkomt, vindt Doeschka hem. Een grillige dilettant met een te grote behoefte aan erkenning, vindt hij andersom. Zelfs als ze elkaar de intelligentste van de familie noemen, klinkt het als een belediging.
De vergelijking met Kaïn en Abel, die Doeschka maakt, ligt voor de hand. Ook dat Doeschka zich verwant voelt met de archetypische broedermoordenaar Kaïn, is logisch. Zij voelt al jaloezie op het melkspuwende monster als Geerten pas geboren is. Vanaf het begin voelt ze zich verstoten door vooral haar moeder en wil ze zich wreken op oogappel Geerten die niets verkeerds kan doen. Zelfs als zíj een voetklem in de duinen vindt, kan hij ongestraft het recht op de vondst claimen.
De twee delen van Moord & Doodslag worden bij elkaar gehouden door het bezoek dat Doeschka brengt aan Geerten in Syracuse, Sicilië. De aanleiding is de hoed die hij in Amsterdam heeft besteld en zij hem komt brengen, zo beschrijven beiden. Daar aangekomen besluit ze ter plekke een roman te schrijven over hem en zijn obsessie voor een moord in Cogne van een moeder op haar jongste zoon. Als tegenwicht schrijft Geerten een roman om zijn visie op hun verhouding te geven.
Nadat beiden hun gal over elkaar hebben gespuwd, treden aan het eind van het bezoek plots de gevoelens van affectie, die ze altijd onderdrukt lijken te hebben, voor het eerst op de voorgrond. Als een dagenlange stortbui op Syracuse neer plenst, verruilt Doeschka haar hotelkamer voor het piepkleine appartementje van haar broer dat hij haar genereus aanbiedt. Enkele dagen hebben ze het zowaar gezellig. Zolang zij zich aan zijn regels houdt kunnen ze prima leven en werken.
Of niet? In Geerten’s versie verliepen de gebeurtenissen anders. Doeschka sliep niet in een hotel, maar had zelf een appartementje gehuurd. Niet de regen was de aanleiding voor de logeerpartij, maar zijn angst dat zijn zus door zou slaan. Nadat de geliefde met wie Doeschka naar Sicilië was gereisd, haar had verlaten, lonkten drank en antidepressiva al te zeer. En van werken kwam het daarna niet meer. Doeschka tetterde aan één stuk door de oren van zijn kop.
Juist dit literaire spel is het mooie aan Moord & Doodslag. Doeschka en Geerten spreken elkaar meer dan eens tegen. Beleven zij door hun verwrongen kijk op de gebeurtenissen hetzelfde soms op een totaal andere manier? Of halen ze misschien in grote harmonie een grap met hun lezers uit, die door alle tegenspraak gaat twijfelen aan het waaheidsgehalte van het ogenschijnlijk zeer autobiografische boek? Geeft Moord & Doodslag de getroebleerde verstandsverhouding eerlijk weer of scheppen ze er alleen maar behagen in om de mythe in stand te houden?
Broer en zus hebben immers ook veel met elkaar gemeen, beseffen beiden. Niet zelden denken ze vol genegenheid en liefde aan elkaars successen en teleurstellingen. Allebei zijn ze schrijver geworden, maar ook is hun beider liefdesleven mislukt en worden broer en zus evenzeer gepijnigd door depressies en zelfmoordneigingen. Die ingrijpende emoties scheppen een band die dieper gaat en inniger is dan de gemiddelde broer-zus-verhouding.
De puzzel die zo ontstaat, maakt Moord & Doodslag tot een intrigerend boek dat meer is dan de som der delen. Sterker nog: Zonder de andere helft zouden beide boeken waarschijnlijk tegenvallen. De manier waarop de zus de Kaïn en Abel-mythe behandelt, is voorspelbaar en te gewild literair. En het hoogstpersoonlijke universum waaraan broer elk boek vormgeeft, wordt ditmaal hinderlijk onderbroken door de eindeloze pagina’s die hij besteedt aan de moordzaak in Cogne.
Maarten Dessing
Laatste reacties