Parijs 25/44
Dick Matena, Parijs 25/44, Atlas, 2008
Het grote voordeel van een geschreven verhaal is dat je je fantasie de vrije loop kunt laten. Met de aanwijzingen van de schrijver vorm je je een beeld van de personages, hun gezichtsuitdrukkingen, de omgeving. Ik weet zeker dat wanneer je vijf mensen aan de hand van hezelfde boek een schets laat maken van de hoofdpersoon, je vijf verschillende personen krijgt. Een verhaal in stripvorm mist die dimensie. De gezichten zijn al geschetst, de omgeving ook. Maar dan zijn er plotseling de plaatjes zonder tekst. Als lezer word je de andere kant opgeduwd. In je hoofd vertel je het verhaal verder, met je eigen woorden. Als je nu dezelfde vijf mensen bij een plaatje zonder tekst midden in de strip woorden laat verzinnen, krijg je vijf verschillende tekstblokjes. De fantasie wordt dus nog steeds geprikkeld, en juist omdat dat op een andere manier gebeurt dan je gewend bent, werkt het uitstekend. Ik moest me er echter wel toe dwingen niet te snel over de plaatjes heen te kijken en stil te staan bij wat wordt afgebeeld.
Parijs herleeft onder de pen van Matena. In de donkere eerste helft van de vorige eeuw komen Sarte en Hemmingway en een aantal andere schrijvers en kunstenaars elkaar tegen en ze bekommeren zich om het noodlottige leven van ene Eva, de vroegere gouvernante van Sartre. Het is een triest verhaal dat juist tot z'n recht kom door de tekeningen in zwartwit en de close-ups van bezorgde of ongure gezichten.
Dit verhaal heeft Matena niet hertekend, maar is voor de strip verzonnen. Een tektseditie daarvan lijkt me geen goed idee, dan gaat er teveel verloren en blijft er waarschijnlijk een te dun verhaaltje over. Maar wie weet, waagt een schrijver zich er ooit nog aan, net als Matena zich waagde aan De avonden, en wordt het een schitterende novelle.
Arjen van Meijgaard
Laatste reacties