Suikerspin
Erik Vlaminck, Suikerspin, De Wereldbibliotheek, 2008
Kan een forain ooit afscheid nemen van het kermisleven? Arthur van Hooylandt niet. De oude man heeft geen nagel om z’n kont te krabben. Zijn vrouw is er vandoor – dat ‘crupuleus serpent, zoals alle wijven’. Een overval op zijn eigen draaimolen, uitgevoerd om de verzekering te tillen, is op een mislukking uitgedraaid. Nu piekert hij over een snoepkraam. Hij kan toch niet ergens op z’n gat gaan zitten wachten tot zijn tijd gekomen is?
Het enige wat Arthur van Hooylandt in leven houdt, schrijft Erik Vlaminck in zijn Suikerspin, is zijn clangevoel. De trots op het kermisbestaan. Zijn grootvader reisde al sinds 1896 langs de Vlaamse dorpen en steden met ‘fenomenen’: een zeemonster (in werkelijkheid zijn geestelijk gehandicapt broer), een vrouw met een baard, de Siamese tweeling Joséphine en Anastasia.
Maar ook die trots is misplaatst, ontdekt Vlaminck in de archieven. Het leven van de eerste Van Hooylandt is een en al ellende en miserie. In armoe geboren en door zijn vader verkocht aan een forain die een hulpje kon gebruiken. Hij koelt op iedereen, zijn ‘fenomenen’ in de eerste plaats, de woede die hem verteert. Hij kan het lot niet verdragen dat hem dit leven zonder geluk heeft gegeven.
Zo is Suikerspin, geschreven met veel gevoel voor het treffende detail, veel tegelijk. Het roept de kermiswereld op in een tijd dat alleen de kermis een keer per jaar vermaak bood. Het schetst een schijnend beeld van het leven dat ‘fenomenen’ vroeger leidden. Het geeft een autenthieke stem aan een outcast als Arthur van Hooylandt. Het is een intrigerend onderzoek naar zijn ware afkomst. Het is een sociaal drama en thriller alleen.
In alle opzichten overtuigt Vlaminck. Hij bindt de verschillende lijntjes strak aan elkaar en weet zijn personages werkelijk tot leven te roepen. Alleen wie allergisch is voor sappig Vlaams zal niet van Suikerspin genieten.
Maarten Dessing
Laatste reacties